Franse orgels in Nederland
FRANSE ORGELS IN NEDERLAND © 2020 Vincent Hildebrandt HOME

Simonshaven

Hervormde Kerk

1909 - A.S.J. Dekker

1960 - Ernest Muhleisen

1982/1993 - Gert van Buuren

I/7 - mechanisch

Dispositie

Manuaal (C-g 3 ) Montre 8 Bourdon 8 Prestant 4 Flûte 4 Doublette 2 Fourniture 1 1/3 III-V Pedaal (C-f 1 ) Bourdon16 Tirasse Temperatuur: 1/4 komma middentoon. Winddruk: 50 mm

Video

Jeroen de Haan Dank aan Jan Muiderman voor de genoten gastvrijheid en aan Jeroen de Haan voor zijn bereidheid dit orgel te demonstreren voor de camera’s!
De geschiedenis van dit orgel is door Gerard Verloop uitvoerig beschreven in zijn Kroniek 1993 in het blad ‘De Mixtuur’ (blz. 177- 179): De kerk van Simonshaven dateert van 1854, doch kreeg pas in de 20e eeuw een orgel, gebouwd door fa. A. S. J. Dekker te Goes. De dispositie daarvan luidde: Manuaal, C-f"': Prestant 8' (front zink 'met aluminium'), Holpijp 8', Céleste 8' (vanf c'), Octaaf 4', Fl0te dolce 4', Quint 3' (i.p.v. een aanvankelijk geprojecteerde Mixtuur 2 sterk bas / Cornet 3 sterk discant), Octaaf 2'. Ventiel. Aangehangen pedaal, C-bo. Octaafkoppel. Drukknoppen p f o. Pneumatische tractuur. De oplevering was bepaald op I juni 1909. Kast ongeschilderd volgens 'Teekening III' (d.w.z. als bijv. Oudewater, Geref. kerk). Het orgel diende door de kerk zelf te worden afgehaald van de tram te Biert of vanaf de haven. De plaatselijke predikant Ds. Bax werd commissieloon toegezegd. Er werd 10 jaar garantie gegeven. Blijkens potloodaantekeningen in de kas vond er doorgaans jaarlijks een stemming plaats, van 1916 tot 1933 vaak door W. Brand en van 1934 tot 1948 uitsluitend door L. Eversdijk. Aan het eind van de 50'er jaren besloot men dit orgel met behulp van overgebleven gelden uit het Nationaal Rampenfonds (bedoeld als steun aan de slachtoffers van de Watersnoodramp in 1953) te vervangen. Als blijk van erkentelijkheid voor de internationale steun aan het Rampenfonds werd af en toe een orgelbouwopdracht verstrekt aan een buitenlandse bouwer. In dit geval zag het betreffende fonds gaarne een bouwer uit Frankrijk in aanmerking komen, welk land op dit gebied nog niet aan de beurt was geweest. Na diep nadenken en lang aarzelen viel de keus tenslotte op Ernest Muhleisen uit Straatsburg, die in
de gehandhaafde kas van Dekker voor 24.'700,- gulden een nieuw mechanisch werk van 7 stemmen aanbracht. Het werd eind 1960 opgeleverd, doch vervolgens door de Herv. Orgelcommissie afgekeurd, voornamelijk vanwege het gebruik van te wijde mensuren. Ook over de intonatie bestond een verschil van inzicht tussen de orgelbouwer en de Orgelcommissie (de heren W. Hülsmann en L. Erné). Om de gerezen moeilijkheden op te lossen, bracht de heer Hülsmann gedurende zijn vakantie nog een bezoek aan de familie Muhleisen te Straatsburg. Na het uitvoeren van enige correcties kon het orgel tenslotte op 2 februari 1961 worden goedgekeurd. De dag daarop vond de ingebruikneming plaats, in het bijzijn van de Franse consul Robert Alaterre, de heren W. Hülsmann en dr. J. W. Doeve namens de Hervormde Orgelcommissie en een armzalig aantal van +25 personen uit de plaatselijke kerkgemeenschap. Daarbij werd o.m. een korte toespraak in de Franse taal gehouden door de heer Doeve. Het programma bevatte ook drie kleine orgelwerken, die op de nieuwe aanwinst werden uitgevoerd door de heer Hülsmann. Niet zo duidelijk is, hoe het verder ging met het onderhoud. Uit de periode daarna is alleen bekend dat het orgel in 1964 door de firma Van Vulpen werd nagekeken en gestemd. In 1982 werden door de heer Gert van Buuren (toen woonachtig in Poortugaal) pogingen tot verbetering in het werk gesteld, waarbij windvoorziening en de toch niet zo bevredigende intonatie werden gecorrigeerd. Thans werd het orgel door Van Buuren, inmiddels gevestigd te Heukelum, nogmaals onderhanden genomen, en wel hoofdzakelijk op dezelfde punten. Vooral de intonatie kreeg nu een geheel andere opzet, geïnspireerd op de toongeving (notabene!) uit de tijd van de renaissance.
De Fourniture had oorspronkelijk als samenstelling: C 1 1/3’, 1, 2/3’; c 2’, 1 1/3', 1’; c' 2 2/3, 2, 1 1/3', 1 1/3; c" 4, 2, 2 2/3, 2 2/3, 2' en thans, na de jongste werkzaamheden: C 1 1/3, 1 4/5; c 2, 1 1/3, 1 4/5; c' 2 2/3, 2, 1 1/3, 1 3/5, 1 1/3; c" 4, 2, 2 2/3, 1 3/5, 1 1/3. Windvoorziening: een grote Ventus-ventilator in de toren, die een 'Schwimmer'-balg van wind voorziet. Ter verbetering van de windkarakteristiek werd het vrije bovenblad van dit balgje, dat geplaatst is op de vloer achter het klavier, aan één kant vastgezet. Het orgel is sinds jaren in onderhoud bij de firma Reil te Heerde. Foto’s orgel: Vincent Hildebrandt
Franse orgels in NL

Simonshaven

Hervormde Kerk

1909 - A.S.J. Dekker

1960 - Ernest Muhleisen

1982/1993 - Gert van Buuren

I/7 - mechanisch

FRANSE ORGELS IN NL © Vincent Hildebrandt HOME
De geschiedenis van dit orgel is door Gerard Verloop uitvoerig beschreven in zijn Kroniek 1993 in het blad ‘De Mixtuur’ (blz. 177-179): De kerk van Simonshaven dateert van 1854, doch kreeg pas in de 20e eeuw een orgel, gebouwd door fa. A. S. J. Dekker te Goes. De dispositie daarvan luidde: Manuaal, C-f"': Prestant 8' (front zink 'met aluminium'), Holpijp 8', Céleste 8' (vanf c'), Octaaf 4', Fl0te dolce 4', Quint 3' (i.p.v. een aanvankelijk geprojecteerde Mixtuur 2 sterk bas / Cornet 3 sterk discant), Octaaf 2'. Ventiel. Aangehangen pedaal, C-bo. Octaafkoppel. Drukknoppen p f o. Pneumatische tractuur. De oplevering was bepaald op I juni 1909. Kast ongeschilderd volgens 'Teekening III' (d.w.z. als bijv. Oudewater, Geref. kerk). Het orgel diende door de kerk zelf te worden afgehaald van de tram te Biert of vanaf de haven. De plaatselijke predikant Ds. Bax werd commissieloon toegezegd. Er werd 10 jaar garantie gegeven. Blijkens potloodaantekeningen in de kas vond er doorgaans jaarlijks een stemming plaats, van 1916 tot 1933 vaak door W. Brand en van 1934 tot 1948 uitsluitend door L. Eversdijk. Aan het eind van de 50'er jaren besloot men dit orgel met behulp van overgebleven gelden uit het Nationaal Rampenfonds (bedoeld als steun aan de slachtoffers van de Watersnoodramp in 1953) te vervangen. Als blijk van erkentelijkheid voor de internationale steun aan het Rampenfonds werd af en toe een orgelbouwopdracht verstrekt aan een buitenlandse bouwer. In dit geval zag het betreffende fonds gaarne een bouwer uit Frankrijk in aanmerking komen, welk land op dit gebied nog niet aan de beurt was geweest. Na diep nadenken en lang aarzelen viel de keus tenslotte op Ernest Muhleisen uit Straatsburg, die in de gehandhaafde kas van Dekker voor 24.'700,- gulden een nieuw mechanisch werk van 7 stemmen aanbracht. Het werd eind 1960 opgeleverd, doch vervolgens door de Herv. Orgelcommissie afgekeurd, voornamelijk vanwege het gebruik van te wijde mensuren. Ook over de intonatie bestond een verschil van inzicht tussen de orgelbouwer en de Orgelcommissie (de heren W. Hülsmann en L. Erné). Om de gerezen moeilijkheden op te lossen, bracht de heer Hülsmann gedurende zijn vakantie nog een bezoek aan de familie Muhleisen te Straatsburg. Na het uitvoeren van enige correcties kon het orgel tenslotte op 2 februari 1961 worden goedgekeurd. De dag daarop vond de ingebruikneming plaats, in het bijzijn van de Franse consul Robert Alaterre, de heren W. Hülsmann en dr. J. W. Doeve namens de Hervormde Orgelcommissie en een armzalig aantal van +25 personen uit de plaatselijke kerkgemeenschap. Daarbij werd o.m. een korte toespraak in de Franse taal gehouden door de heer Doeve. Het programma bevatte ook drie kleine orgelwerken, die op de nieuwe aanwinst werden uitgevoerd door de heer Hülsmann. Niet zo duidelijk is, hoe het verder ging met het onderhoud. Uit de periode daarna is alleen bekend dat het orgel in 1964 door de firma Van Vulpen werd nagekeken en gestemd. In 1982 werden door de heer Gert van Buuren (toen woonachtig in Poortugaal) pogingen tot verbetering in het werk gesteld, waarbij windvoorziening en de toch niet zo bevredigende intonatie werden gecorrigeerd. Thans werd het orgel door Van Buuren, inmiddels gevestigd te Heukelum, nogmaals onderhanden genomen, en wel hoofdzakelijk op dezelfde punten. Vooral de intonatie kreeg nu een geheel andere opzet, geïnspireerd op de toongeving (notabene!) uit de tijd van de renaissance.

Dispositie

Manuaal (C-g 3 ) Montre 8 Bourdon 8 Prestant 4 Flûte 4 Doublette 2 Fourniture 1 1/3 III-V Pedaal (C-f 1 ) Bourdon16 Tirasse Temperatuur: 1/4 komma middentoon. Winddruk: 50 mm

Video

Jeroen de Haan Dank aan Jan Muiderman voor de genoten gastvrijheid en aan Jeroen de Haan voor zijn bereidheid dit orgel te demonstreren voor de camera’s!
De Fourniture had oorspronkelijk als samenstelling: C 1 1/3’, 1, 2/3’; c 2’, 1 1/3', 1’; c' 2 2/3, 2, 1 1/3', 1 1/3; c" 4, 2, 2 2/3, 2 2/3, 2' en thans, na de jongste werkzaamheden: C 1 1/3, 1 4/5; c 2, 1 1/3, 1 4/5; c' 2 2/3, 2, 1 1/3, 1 3/5, 1 1/3; c" 4, 2, 2 2/3, 1 3/5, 1 1/3. Windvoorziening: een grote Ventus-ventilator in de toren, die een 'Schwimmer'-balg van wind voorziet. Ter verbetering van de windkarakteristiek werd het vrije bovenblad van dit balgje, dat geplaatst is op de vloer achter het klavier, aan één kant vastgezet. Het orgel is sinds jaren in onderhoud bij de firma Reil te Heerde. Foto’s orgel: Vincent Hildebrandt