Franse orgels in Nederland
FRANSE ORGELS IN NEDERLAND © 2020 Vincent Hildebrandt HOME

Dalstein & Haerpfer

Franse orgels in Nederland

gebouwd door Dalstein & Haerpfer

Budel, O.L.V. Visitatiekerk (1912)
Charles Haerpfer (1835-1909, uit Beieren, Duitsland) leerde zijn vak bij Steinmeyer en Walcker in Duitsland en Bill Haas in Zwitserland. Nicolas-Étienne Dalstein (1834-1900, uit Lotharingen) was van origine meubelmaker. De twee mannen werkten samen tijdens de bouw van het Cavaillé- Coll orgel van Saint-Sulpice in Parijs. Daarna richtten ze in 1863 een eigen bedrijf op in Boulay, tezamen met Jean- François Dalstein (1826-?, een broer van Nicolas-Étienne, die verder geen rol van belang zou spelen in het bedrijf). Na de dood van Nicolas Dalstein in 1900 namen zijn zoon Paul Dalstein (1868-1926) en Frédéric Haerpfer (1879-1956) geleidelijk het bedrijf over en vanaf 1918 werd het bedrijf geleid door Frédéric Haerpfer. In deze periode bestonden intensieve contacten met Albert Schweizer en werden hun orgels gebouwd volgens de principes van de ‘Orgelreform’. Dalstein-Haerpfer leverde meer dan 160 instrumenten, voornamelijk in Duitsland. In 1946 werd de naam van het bedrijf veranderd in Manufacture Lorraine des Grandes Orgues Haerpfer-Erman, toen de voormalige directeur Walter Haerpfer (1909-1975, zoon van Frédéric) zich associeerde met Pierre Erman (1913-1990). Haerpfer-Erman creëerde of restaureerde zo'n 50 instrumenten, voornamelijk in een neoklassieke stijl. Toen Pierre Erman in 1978 met pensioen ging, werd Théo Haerpfer (1946-1999, zoon van Walther Haerpfer) het hoofd van het bedrijf Manufacture Lorraine des Grandes Orgues Haerpfer tot zijn dood in 1999. In totaal bouwde of restaureerde deze dynastie van 1863 tot 1999 ongeveer 550 instrumenten.
Franse orgels in NL

Dalstein & Haerpfer

FRANSE ORGELS IN NL © Vincent Hildebrandt
FRANSE ORGELS IN NL © Vincent Hildebrandt HOME
Charles Haerpfer (1835-1909, uit Beieren, Duitsland) leerde zijn vak bij Steinmeyer en Walcker in Duitsland en Bill Haas in Zwitserland. Nicolas-Étienne Dalstein (1834-1900, uit Lotharingen) was van origine meubelmaker. De twee mannen werkten samen tijdens de bouw van het Cavaillé- Coll orgel van Saint-Sulpice in Parijs. Daarna richtten ze in 1863 een eigen bedrijf op in Boulay, tezamen met Jean- François Dalstein (1826-?, een broer van Nicolas-Étienne, die verder geen rol van belang zou spelen in het bedrijf). Na de dood van Nicolas Dalstein in 1900 namen zijn zoon Paul Dalstein (1868-1926) en Frédéric Haerpfer (1879-1956) geleidelijk het bedrijf over en vanaf 1918 werd het bedrijf geleid door Frédéric Haerpfer. In deze periode bestonden intensieve contacten met Albert Schweizer en werden hun orgels gebouwd volgens de principes van de ‘Orgelreform’. Dalstein-Haerpfer leverde meer dan 160 instrumenten, voornamelijk in Duitsland. In 1946 werd de naam van het bedrijf veranderd in Manufacture Lorraine des Grandes Orgues Haerpfer-Erman, toen de voormalige directeur Walter Haerpfer (1909-1975, zoon van Frédéric) zich associeerde met Pierre Erman (1913-1990). Haerpfer-Erman creëerde of restaureerde zo'n 50 instrumenten, voornamelijk in een neoklassieke stijl. Toen Pierre Erman in 1978 met pensioen ging, werd Théo Haerpfer (1946-1999, zoon van Walther Haerpfer) het hoofd van het bedrijf Manufacture Lorraine des Grandes Orgues Haerpfer tot zijn dood in 1999. In totaal bouwde of restaureerde deze dynastie van 1863 tot 1999 ongeveer 550 instrumenten.